Waarschuwing Warning: I am able to write to the configuration file: /home/fair21/public_html/includes/configure.php. This is a potential security risk - please set the right user permissions on this file.
 

  Fair 21 Logo  
   
 










voor haar
shirts korte mouw

shirts lange mouw

topjes

jas, vest & bloes

broeken & leggings

rokjes

jurkjes

sport & relax

lingerie & nacht

verzorging & intiem

schoenen & sokken

sieraden
voor hem
shirts korte mouw

shirts lange mouw

trui, vest & jas

overhemden

broeken

sport & relax

ondergoed & nacht

schoenen & sokken
voor beide
tassen

voor in huis

accessoires

UITVERKOOP

OUTLET
Standaard Kledingproductie
Bij de productie van kleding worden een aantal processen doorlopen om te komen tot het uiteindelijke kledingstuk dat jij kunt kopen. Het begint bij de katoen waarvan vaak de stof wordt gemaakt. Katoen is nog altijd de belangrijkste grondstof voor kleding. Deze wordt veelal in ontwikkelingslanden geproduceerd, maar bijvoorbeeld ook in de VS. Bij de gangbare productie van katoen worden enorme hoeveelheden bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruikt (18% van alle bestrijdingsmiddelen ter wereld wordt gebruikt in de katoenteelt). Dit is niet alleen zeer schadelijk voor de boeren die de katoen telen, maar er blijven ook gifresten achter in de stof. Het is dus uiteindelijk ook slecht voor degene die het kledingstuk draagt. Mensen die hier gevoelig voor zijn, kunnen huidklachten krijgen van de kleding. Er is een alternatief voor deze destructieve manier van produceren, namelijk de ecologische landbouw. Dit wordt in de gangbare katoenproductie helaas nog maar weinig toegepast.

Ook dreigen de katoenproducerende boeren steeds meer in de wurggreep te komen van bedrijven op het gebied van zaadhandel, gewassenveredeling en bestrijdingsmiddelen door de introductie van dure genetisch gemanipuleerde zaden met bijbehorende dure bestrijdingsmiddelenpakketten. Om te voorkomen dat boeren een deel van de oogstopbrengst gebruiken als zaaigoed voor het volgende katoenseizoen, brengt de zaaigoedhandel zaden op de markt die zodanig zijn gemanipuleerd dat ze maar voor één groeiseizoen kunnen worden gebruikt. Dit is in sociaal opzicht een groot probleem bij de productie van katoen.

De katoen wordt vervolgens verwerkt tot stof. Hierbij wordt de katoen normaal gesproken met zeer veel chemische producten behandeld, o.a. bij het bleken, verven, waterafstotend, brandwerend en kreukvrij maken van de stof, maar ook tijdens het wassen. Dit is natuurlijk zeer belastend voor het milieu, aangezien restanten van de substanties terecht komen in de lucht en het oppervlaktewater. Ook wordt de stof meestal geverfd met verfstoffen die vol zitten met nog meer gifstoffen en zware metalen. Dat ook dit een slechte invloed zal hebben voor zowel de producenten als de dragers van de kleding is evident. Dat de producenten met het gebruik van zoveel gif weg kunnen komen heeft te maken met de verplaatsing van de productie naar landen buiten West-Europa waar een zwakke of geen milieuwetgeving is. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat chemische stoffen worden toegepast die binnen Europa verboden zijn. Zo bleek uit een onderzoek van de Keuringsdienst van Waren (1996) dat veel geïmporteerde kleding geverfd is met zogeheten AZO-kleurstoffen, die ervan verdacht worden kankerverwekkende eigenschappen te hebben. De import van kleding met deze kleurstoffen is sinds 1997 bij wet (Warenwet) verboden maar de controle op naleving is niet waterdicht. Veredelingsbedrijven die wassen en/of verven in Europa zijn middels de wet reiniging oppervlaktewater verplicht 'schoon' te lozen, hetgeen ze dwingt om ofwel schoner te produceren of dure eigen waterzuiveringsinstallaties te installeren. In goedkope productielanden wordt vaak direct op het oppervlaktewater geloosd.

Ten slotte wordt de stof omgezet in een kledingstuk. De meeste kleding die hier in de winkels hangt, wordt gemaakt in kledingateliers in de derde wereld. De milieu- en arbeidsomstandigheden zijn daar vaak bijzonder slecht. De mensen zijn arm en er zijn vaak weinig andere mogelijkheden om geld te verdienen. Zij moeten dus wel voor weinig geld en onder erbarmelijke omstandigheden werken.

De meest voorkomende problemen bij kledingateliers in de derde wereld:
    Lage lonen
    Een groot probleem voor de arbeiders is het salaris. Lonen liggen vaak ver onder het wettelijk minimumloon. En zelfs het minimumloon is vaak niet genoeg om van te leven. Er is sprake van een 'run to the bottom' door de bedrijven, waardoor de lonen lager en lager worden.

    Lange werkdagen
    Veel arbeiders werken zes dagen per week, 12 uur per dag. Er is sprake van een hoge werkdruk, en gedwongen overwerk komt veelvuldig voor. Er woedt een hevige concurrentiestrijd tussen de kledingfabrieken. Om aan de wensen van opdrachtgevers te voldoen proberen zij voor een zo laag mogelijke prijs en met een zo kort mogelijke levertijd te produceren. Hierdoor moeten arbeiders vaak overwerken, veelal zonder dat zij daar extra loon voor krijgen. Soms worden de arbeiders zelfs opgesloten om te voorkomen dat ze weggaan, wat zeer drastische gevolgen kan hebben in het geval er een brand uitbreekt.

    Onveilige en ongezonde werkomstandigheden
    De veiligheid laat nogal eens te wensen over. Ramen zijn voorzien van tralies of er liggen bijvoorbeeld stapels dozen voor nooduitgangen. Er zijn legio voorbeelden dat arbeiders omkwamen bij een brand doordat ze gewoonweg opgesloten zaten. Veel fabrieken zijn slecht verlicht en geventileerd. Dat kan oogproblemen, huidirritaties en ademhalingsproblemen veroorzaken. Er wordt zonder bescherming met schadelijke stoffen en met gevaarlijke machines gewerkt. De stoelen of krukjes waar de arbeiders de hele dag op zitten zijn vaak de oorzaak van rugklachten.

    Onderdrukking van vakbonden
    Vakbonden zijn veelal niet toegestaan of worden niet erkend door het management van de fabriek. Hierdoor kunnen arbeiders niet gezamenlijk voor hun rechten opkomen. Als er al vakbonden zijn hebben ze vaak te weinig invloed om daadwerkelijk iets te kunnen doen. Veel westerse bedrijven plaatsen juist orders in landen waar vakbonden niet, of zwak vertegenwoordigd zijn. Werkneemsters die zich ondanks de tegenwerkingen toch organiseren worden vaak ontslagen.

    Discriminatie
    In de kledingindustrie werken vooral vrouwen in de leeftijd van 14 tot 30 jaar; 80% van de arbeiders is vrouw. Zij doen vaak zwaar en eentonig werk en worden vaak gediscrimineerd, bijvoorbeeld doordat ze minder verdienen dan mannen, voor hetzelfde werk. Seksuele intimidatie en misbruik zijn veelgehoorde klachten.

    Kinderarbeid, dwangarbeid of slavenarbeid
    Kinderarbeid, dwangarbeid en slavenarbeid komen nog steeds voor. Eén van de oorzaken van kinderarbeid is het gebrek aan goed onderwijs. Bij het zoeken naar oplossingen is het dan ook belangrijk dat er goede maatregelen getroffen worden voor opvang en scholing.

    Arbeidszekerheid
    Kledingproductie wordt gekenmerkt door pieken en dalen; het ene moment komen de fabrieken om in het werk, het volgende moment is er niks te doen. Fabriekseigenaren hebben daadoor behoefte aan flexibel inzetbare werknemers. Het gevolg is vaak dat zij arbeiders geen contract geven. Veel arbeiders weten de ene dag niet of er de volgende dag werk is.
In de kledingindustrie zijn de grote winkelketens en bekende merken de machtigste spelers. Zij zijn zelden eigenaar van de fabriek waar hun producten gemaakt worden. Ze plaatsen de orders bij fabrieken die van hen afhankelijk zijn, bieden een lage prijs en eisen korte levertijden. Deze voorwaarden zijn bepalend voor de arbeidsomstandigheden en lonen van de arbeiders. Bovendien is een fabriek of atelier gemakkelijk te ontmantelen en elders zo weer opgebouwd: in heel veel landen is er immers voldoende aanbod van goedkope arbeid. De sector is dus in hoge mate 'foot loose' en dat vormt wereldwijd een probleem bij pogingen van kledingarbeiders om voor hun rechten op te komen. Plaatselijke looneisen en vakbondsactiviteiten leiden al snel tot (dreiging met) sluiting van de betrokken fabriek. Het komt vaak voor dat een fabriekseigenaar het bedrijf sluit om de eisen van arbeiders te ontlopen, terwijl hij in het zelfde land een fabriek opent waar voor dezelfde opdrachtgevers als voorheen geproduceerd wordt. Ook komt het voor dat opdrachtgevers hun orders in een ander land plaatsen nadat arbeiders met succes betere arbeidsomstandigheden en hogere lonen hebben bedongen.

Je ziet, er is nogal wat mis op het moment met de gangbare kledingproductie. Omdat het ook anders kan en moet, heeft FAIR21 besloten hier wat aan te doen. Wij bieden kleding te koop aan die wel 'fair' voor mensen geproduceerd is, en 'fair' voor de natuur. Wat dit precies inhoudt kan je verder lezen bij de hoofdstukken 'fair' en 'ecologisch'.